digna CLI-referentie 2026.06¶
2026-09-05
Deze pagina documenteert de volledige set opdrachten die beschikbaar is in digna CLI-release 2026.06, inclusief gebruiksvoorbeelden en opties.
Het uitvoerbare bestand heet digna.
CLI-basisprincipes¶
Overzicht & syntaxis¶
De CLI van release 2026.06 gebruikt een gestructureerde, op categorieën gebaseerde opdrachthiërarchie:
version en serve zijn losse opdrachten zonder subopdracht:
Globale opties¶
De volgende globale opties gelden voor alle opdrachten:
--help,-h: Toont hulpinformatie over de CLI of over een specifieke opdrachtcategorie of subopdracht.--stacktrace: Toont bij een fout de volledige foutketen in plaats van alleen het bovenste bericht.
--stacktrace is in strikte zin een globale optie: hij moet vóór de opdrachtcategorie worden opgegeven, niet erna.
Er is geen --version-vlag. Gebruik in plaats daarvan de opdracht version.
Vereisten¶
De meeste opdrachten hebben een leesbare, geldige config.toml nodig; sommige vereisen daarnaast een geldige licentie. De volgende tabel legt vast wat elke opdrachtcategorie laadt voordat ze ook maar iets doet:
| Opdrachtcategorie | Vereist config.toml | Vereist een geldige licentie |
|---|---|---|
version | nee | nee |
config check | nee (het is precies waarover de opdracht rapporteert) | nee |
license check | nee | het is de controle |
crypt | ja | nee |
serve | ja | nee |
windows | nee (de service leest het bij het starten) | nee |
project | ja | nee |
user | ja | ja |
inspection | ja | ja |
repo | ja | ja |
Waar een licentie vereist is, worden zowel de handtekening als de vervaldatum gecontroleerd, en de opdracht breekt af voordat ze de repository aanraakt als een van beide faalt.
Afsluitcodes¶
0: de opdracht is geslaagd.1: de opdracht is mislukt. Het foutbericht wordt naar stderr geschreven, voorafgegaan doorError:.
help¶
De optie --help geeft informatie over beschikbare opdrachtcategorieën, subopdrachten en opties:
-
Algemene hulp weergeven:
-
Hulp opvragen voor specifieke categorieën en opdrachten:
De uitvoer bevat: - Opdrachtbeschrijving: Samenvatting van het doel van de opdracht. - Syntaxis: Vereiste en optionele argumenten. - Opties: Vlaggen en parameters die specifiek zijn voor de opdracht.
version¶
De opdracht version toont de geïnstalleerde digna-release. Ze leest geen configuratie en valideert geen licentie, dus ze werkt ook op een installatie waarvan de config.toml of de licentie ontbreekt of ongeldig is.
De releaseversie staat los van de versie van het repositoryschema die door repo check wordt gemeld.
Gebruik van de opdracht¶
Voorbeelduitvoer¶
Configuratiebeheer¶
config check¶
De opdracht config check valideert het configuratiebestand (config.toml) en controleert of alle verplichte secties en instellingen aanwezig en correct opgemaakt zijn. Elke sectie wordt afzonderlijk gevalideerd, zodat een defecte [app]-sectie de toestand van [repo] niet verbergt.
De gerapporteerde secties zijn:
App config([app])Repository config([repo])Base config([base])Logging config([logging])Encryption config([encryption])OIDC config(s)(oidc_clients) — optioneel; een ontbrekende sleutel slaagt, een aanwezige maar onjuist opgemaakte lijst faalt
De opdracht laadt de applicatieconfiguratie bewust niet op de manier waarop de andere opdrachten dat doen, zodat ze een config.toml kan diagnosticeren die digna volledig zou beletten te starten.
Gebruik van de opdracht¶
Opties¶
--configpath,-c: Pad naar het configuratiebestand of naar een map dieconfig.tomlbevat (standaard./config.toml).--json: Geeft het validatierapport als JSON uit. Heeft voorrang op--quiet.--quiet,-q: Onderdrukt het rapport en vertrouwt uitsluitend op de afsluitcode.
Voorbeeld¶
Een specifiek configuratiebestand valideren en de uitvoer als JSON opmaken:
Voorbeelduitvoer¶
Configuration validation report (source: config.toml):
- App config: OK
- Repository config: OK
- Base config: OK
- Logging config: OK
- Encryption config: FAILED
missing field `aes_gcm_key`
- OIDC config(s): OK
Overall: FAILED
Een ontbrekend bestand of een TOML-syntaxisfout laat niets over om sectie voor sectie te valideren en wordt als één enkele fout gerapporteerd in plaats van als een rapport, ongeacht --quiet of --json.
Repositorybeheer¶
repo check¶
De opdracht repo check test de databaseverbinding en verifieert de installatie en versie van de repository. Ze mislukt als het geconfigureerde schema niet bestaat, of als het wel bestaat maar geen digna-repository bevat.
De gemelde versie is de versie van het repositoryschema, dat los van de door version getoonde digna-release wordt geversioneerd.
Gebruik van de opdracht¶
Voorbeelduitvoer¶
repo install¶
De opdracht repo install installeert een nieuwe digna-repository in het schema dat in config.toml is geconfigureerd en maakt daarbij alle vereiste sequenties, tabellen, indices, constraints en initiële records aan.
Het schema zelf wordt niet door deze opdracht aangemaakt — het moet vooraf bestaan. De opdracht weigert ook te draaien als er al een repository in dat schema is geïnstalleerd, en verwijst naar repo upgrade als de geïnstalleerde versie een oudere is.
Gebruik van de opdracht¶
Voorbeelduitvoer¶
Installing repo version 3.0.0
✅ Sequences created.
✅ Tables and Indices created.
✅ Constraints created.
✅ Records inserted.
✅ Repo version 3.0.0 successfully installed.
repo upgrade¶
De opdracht repo upgrade past databaseschemamigraties toe om een bestaande repository op de versie te brengen die de geïnstalleerde release verwacht. Upgrades worden één versiestap tegelijk toegepast langs een vast upgradepad, en elke voltooide stap wordt in de repository vastgelegd.
Als de repository al op de verwachte versie staat, meldt de opdracht dat er geen upgrade nodig is en brengt ze geen wijzigingen aan.
Gebruik van de opdracht¶
Voorbeelduitvoer¶
Upgrading from 2.3.1 to 2.3.2...
Upgrading from 2.3.2 to 3.0.0...
✅ Repo successfully upgraded to version 3.0.0.
repo prune¶
De opdracht repo prune verwijdert rijen die langer zijn blijven bestaan dan het project of de gegevensbron waartoe ze behoorden. Het verwijderen van een project of gegevensbron verwijdert het object zelf, maar laat de bijbehorende profielen, voorspellingen, statussen en rijaantallen achter — een bewuste afweging, want een verwijdering die ook die tabellen zou opruimen, zou de gebruiker laten wachten. repo prune is de opruimronde die ze verwijdert, en de opdracht kan veilig op elk moment worden uitgevoerd: ze verwijdert alleen rijen waarvan het project of de gegevensbron niet meer bestaat.
Rijen die de Python-backend heeft geschreven in tabellen die de huidige release niet meer gebruikt, blijven ongemoeid.
Gebruik van de opdracht¶
Opties¶
--dry-run: Rapporteert wat zou worden verwijderd, zonder iets te verwijderen.
Alleen tabellen met verweesde rijen worden weergegeven. Als er geen zijn, meldt de opdracht No orphaned rows found. en stopt ze.
Voorbeeld¶
Voorbeelduitvoer¶
"check" 29342
check_profile 29342
check_prediction 29342
check_status 29342
column_status 32
inspection_query 253
---------------------------------------------
total 117854
✅ Removed 117854 orphaned row(s).
Om hetzelfde rapport te zien zonder iets te verwijderen:
De rijaantallen zijn identiek; alleen de slotregel verschilt:
Versleutelingsbeheer¶
crypt gen-key¶
De opdracht crypt gen-key genereert een nieuwe AES-GCM-versleutelingssleutel, bedoeld voor gebruik als versleutelingssleutel in config.toml. Er moet al een laadbare config.toml aanwezig zijn, ook al is de gegenereerde sleutel er niet van afhankelijk.
Gebruik van de opdracht¶
Voorbeelduitvoer¶
crypt encrypt¶
De opdracht crypt encrypt versleutelt een tekenreeks (zoals een databasewachtwoord) met de AES-GCM-sleutel die in config.toml is geconfigureerd, en toont de versleutelde tekst.
Gebruik van de opdracht¶
Argumenten¶
- VALUE: De platte tekst die versleuteld moet worden (vereist).
Voorbeeld¶
crypt decrypt¶
De opdracht crypt decrypt ontsleutelt een met AES-GCM versleutelde tekenreeks met de sleutel die in config.toml is geconfigureerd, en toont de platte tekst.
Gebruik van de opdracht¶
Argumenten¶
- VALUE: De versleutelde tekenreeks die ontsleuteld moet worden (vereist).
Voorbeeld¶
Gebruikersbeheer¶
user add¶
De opdracht user add maakt een nieuw gebruikersaccount aan in de digna-repository. De opdracht mislukt als er al een gebruiker met het opgegeven e-mailadres bestaat.
Gebruik van de opdracht¶
Argumenten¶
- EMAIL: Het e-mailadres van de gebruiker (vereist).
- PASSWORD: Het initiële wachtwoord van de gebruiker (vereist).
- DISPLAY_NAME: De volledige weergavenaam van de gebruiker (vereist).
Opties¶
--admin,-a: Maakt de gebruiker aan met beheerdersrechten (superuser).
Voorbeeld¶
Een beheerdersaccount aanmaken:
Voorbeelduitvoer¶
user list¶
De opdracht user list toont alle geregistreerde gebruikers in tabelvorm met ID, e-mailadres, weergavenaam en beheerdersvlag.
Gebruik van de opdracht¶
Voorbeelduitvoer¶
ID EMAIL DISPLAY NAME ADMIN
-----------------------------------------------------------------------------------------------
42 jdoe@example.com John Doe false
43 admin@example.com Admin User true
user modify¶
De opdracht user modify werkt de weergavenaam en de beheerdersrechten van een bestaand gebruikersaccount bij, geïdentificeerd op e-mailadres.
Zowel de weergavenaam als de beheerdersvlag worden altijd weggeschreven. --admin is een schakelaar, geen waarde: wanneer u hem weglaat, worden de beheerdersrechten ingetrokken, dus geef hem mee telkens wanneer de gebruiker die rechten moet behouden of krijgen.
Gebruik van de opdracht¶
Argumenten¶
- EMAIL: Het e-mailadres van de te wijzigen gebruiker (vereist).
- DISPLAY_NAME: De bijgewerkte weergavenaam (vereist).
Opties¶
--admin,-a: Kent beheerdersrechten toe. Weglaten om ze in te trekken.--valid-until,-v: Wordt om compatibiliteitsredenen geaccepteerd, maar momenteel niet toegepast. Meegeven levert een waarschuwing op en verandert niets.
Voorbeeld¶
Voorbeelduitvoer¶
user modify-pwd¶
De opdracht user modify-pwd werkt het wachtwoord van een bestaand gebruikersaccount bij.
Gebruik van de opdracht¶
Argumenten¶
- EMAIL: Het e-mailadres van de gebruiker wiens wachtwoord bijgewerkt moet worden (vereist).
- PASSWORD: Het nieuwe wachtwoord (vereist).
Voorbeeld¶
user delete¶
De opdracht user delete verwijdert een gebruikersaccount uit het systeem.
Gebruik van de opdracht¶
Argumenten¶
- EMAIL: Het e-mailadres van de te verwijderen gebruiker (vereist).
Voorbeeld¶
Project- en gegevensbronbeheer¶
project list¶
De opdracht project list toont alle beschikbare projecten in de repository, met hun ID, naam en beschrijving.
Gebruik van de opdracht¶
Voorbeelduitvoer¶
ID NAME DESCRIPTION
------------------------------------------------------------------------------------------------------
7 ProjectA Sales data quality
8 ProjectB Finance data quality
project list-ds¶
De opdracht project list-ds toont alle gegevensbronnen die bij een bepaald project horen, met hun ID, naam, soort, schema en tabelnaam.
Gebruik van de opdracht¶
Argumenten¶
- PROJECT_NAME: De naam van het project waarvan de gegevensbronnen getoond moeten worden (vereist). De naam moet exact overeenkomen.
Voorbeeld¶
Voorbeelduitvoer¶
ID NAME KIND SCHEMA TABLE
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------
101 orders Table sales orders
102 customers Table sales customers
project export-ds¶
De opdracht project export-ds exporteert gegevensbronnen van een project naar een JSON-document.
Als noch --table-name noch --table-id wordt opgegeven, worden alle gegevensbronnen van het project geëxporteerd.
Gebruik van de opdracht¶
Argumenten¶
- PROJECT_NAME: De naam van het project waaruit gegevensbronnen geëxporteerd moeten worden (vereist).
Opties¶
--table-name,-n: Namen van de te exporteren gegevensbronnen. Meerdere namen kunnen gescheiden door spaties worden opgegeven.--table-id,-i: ID's van de te exporteren gegevensbronnen. Meerdere ID's kunnen gescheiden door spaties worden opgegeven.--exportfile,-f: Pad waarnaar de geëxporteerde gegevensbronnen worden opgeslagen (standaard:data_sources_export.json).
Voorbeeld¶
Om alle gegevensbronnen uit ProjectA te exporteren:
Om specifieke tabellen te exporteren:
Voorbeelduitvoer¶
project import-ds¶
De opdracht project import-ds importeert gegevensbronnen uit een exportbestand in een doelproject en rapporteert per object wat er is aangemaakt, bijgewerkt of overgeslagen.
Gebruik van de opdracht¶
Argumenten¶
- PROJECT_NAME: Naam van het doelproject waarin geïmporteerd wordt (vereist).
- EXPORT_FILE: Pad naar het JSON-exportbestand (vereist).
Opties¶
--output-file,-o: Bestand waarnaar het importrapport wordt geschreven. Zonder deze optie gaat het rapport naar stdout.--output-format,-f: Formaat van het importrapport —table,jsonofcsv(standaard:table).
Voorbeeld¶
Om een machineleesbaar rapport vast te leggen:
digna project import-ds ProjectB my_export.json --output-format json --output-file import_report.json
Het rapport beslaat vier objectniveaus — gegevensbron, definitie van de gegevensset, attribuut en validatieregel — elk met de bijbehorende importactie, het resultaat, het resulterende object-ID en eventuele aanvullende informatie.
project plan-import-ds¶
De opdracht project plan-import-ds toont een voorbeeld van een gegevensbronimport in een doelproject en laat zien welke objecten zouden worden aangemaakt, bijgewerkt of overgeslagen, zonder iets te wijzigen. Ze neemt hetzelfde exportbestand en dezelfde rapportageopties als project import-ds, en voegt per gepland object een stapnummer toe.
Gebruik van de opdracht¶
Argumenten¶
- PROJECT_NAME: Naam van het doelproject (vereist).
- EXPORT_FILE: Pad naar het exportbestand (vereist).
Opties¶
--output-file,-o: Bestand waarnaar het importplan wordt geschreven. Zonder deze optie gaat het plan naar stdout.--output-format,-f: Formaat van het importplan —table,jsonofcsv(standaard:table).
Voorbeeld¶
project cleanup¶
De opdracht project cleanup verwijdert de inspectieresultaten die een project over een datumbereik heeft verzameld — profielen, voorspellingen, rijaantallen en elke status van controles, attributen, gegevenssets en gegevensbronnen. Ze verwijdert precies wat een inspectie van die datums heeft geschreven, zodat het bereik daarna opnieuw kan worden geïnspecteerd om het weer op te bouwen.
De geschiedenis van Timeliness en Schema Tracker wordt niet verwijderd: die legt vast wat digna op een bepaalde dag heeft waargenomen, en niet een daarvan afgeleid resultaat, dus een opschoning van een datumbereik in het verleden laat die intact.
Elke gegevensbron wordt in een eigen transactie opgeschoond, zodat een onderbroken uitvoering alleen volledige gegevensbronnen achterlaat en nooit een half opgeschoonde.
Gebruik van de opdracht¶
Argumenten¶
- PROJECT_NAME: Project dat moet worden opgeschoond (vereist). Eén project per aanroep.
- FROM_DATE: Eerste datum waarvoor resultaten worden verwijderd,
YYYY-MM-DD(vereist). - TO_DATE: Laatste datum waarvoor resultaten worden verwijderd, inclusief,
YYYY-MM-DD(vereist).
Opties¶
--table-name,-n: Beperkt de opschoning tot deze gegevensbronnen. Meerdere namen kunnen gescheiden door spaties worden opgegeven.--table-filter: Beperkt de opschoning tot gegevensbronnen waarvan de naam deze substring bevat.--dry-run: Toont de gegevensbronnen die zouden worden opgeschoond, zonder iets te verwijderen.--timing: Toont hoe lang de opschoning heeft geduurd.
--table-name en --table-filter worden gecombineerd als een OF — een gegevensbron wordt opgeschoond als deze wordt genoemd of als de substring overeenkomt. De opdracht mislukt als geen enkele gegevensbron overeenkomt, in plaats van succes te melden voor een opschoning die niets heeft gedaan.
Voorbeeld¶
Beperkt tot één gegevensbron:
Voorbeelduitvoer¶
Cleaning up project 'ProjectA' from 2026-01-01 to 2026-06-30:
- Table1
- Table2
- Table3
✅ Cleaned up 3 data source(s).
Om te zien welke gegevensbronnen zouden worden opgeschoond, zonder iets te verwijderen:
Elke regel is gemarkeerd, zodat een proefuitvoering niet voor een echte kan worden aangezien:
Cleaning up project 'ProjectA' from 2026-01-01 to 2026-06-30:
- Table1 (dry run, nothing removed)
- Table2 (dry run, nothing removed)
- Table3 (dry run, nothing removed)
Dry run - 3 data source(s) would be cleaned up.
Inspectiebeheer¶
inspection run¶
De opdracht inspection run maakt een inspectieverzoek aan voor een project en een datumbereik, en wacht er vervolgens — afhankelijk van de opgegeven opties — op, keert onmiddellijk terug of voert het uit binnen het eigen proces.
De drie uitvoeringsmodi zijn:
- Standaard (geen vlag): het verzoek wordt in de wachtrij geplaatst voor de backend, en de CLI pollt het elke twee seconden en toont de voortgang van de taken totdat de inspectie een eindtoestand bereikt. Een draaiende
digna serveis vereist, anders pikt niets het verzoek op. --async-mode: het verzoek wordt in de wachtrij geplaatst en het ID wordt onmiddellijk getoond. Gebruikinspection statusom het te volgen.--bypass-backend: de inspectie wordt door het CLI-proces zelf uitgevoerd en niet in de wachtrij geplaatst, zodat er geen draaiende server nodig is.
--async-mode en --bypass-backend sluiten elkaar uit.
In elke modus eindigt de opdracht met een afsluitcode die niet nul is als de inspectie niet succesvol is afgerond.
Gebruik van de opdracht¶
Argumenten¶
- PROJECT_NAME: De naam van het doelproject (vereist). De naam moet exact overeenkomen.
- START_DATE: Begindatum van het datumbereik in de notatie
YYYY-MM-DD(vereist). - END_DATE: Einddatum van het datumbereik in de notatie
YYYY-MM-DD(vereist).
Opties¶
--table-name: Beperkt de inspectie tot één gegevensbron van het project, opgegeven met de naam van die gegevensbron. Zonder deze optie worden alle gegevensbronnen van het project geïnspecteerd.--async-mode: Plaatst de inspectie in de wachtrij en toont het verzoek-ID in plaats van erop te wachten. Kan niet worden gecombineerd met--bypass-backend.--bypass-backend: Voert de inspectie rechtstreeks uit in het CLI-proces in plaats van ze in de wachtrij te plaatsen voor de backend. Kan niet worden gecombineerd met--async-mode.
Voorbeeld¶
Om een asynchrone inspectie in te dienen:
Om één enkele gegevensbron te inspecteren:
Voorbeelduitvoer¶
Standaardmodus:
Inspection request submitted. Waiting for completion (Request ID: 1024)...
Progress: 3/10 tasks completed (0 failed)
Progress: 10/10 tasks completed (0 failed)
Inspection completed successfully.
Inspection successful for project: ProjectA
Asynchrone modus:
inspection status¶
De opdracht inspection status vraagt de toestand en de taakvoortgang van een inspectieverzoek op aan de hand van het verzoek-ID.
Gebruik van de opdracht¶
Argumenten¶
- INSPECTION_REQUEST_ID: Het numerieke ID van het inspectieverzoek (vereist).
Voorbeeld¶
Voorbeelduitvoer¶
Inspection Request ID: 1024
Status: Running
Project ID: 7
Date Range: 2024-01-01 to 2024-01-31
Progress: 3/10 tasks completed (0 failed)
inspection abort¶
De opdracht inspection abort vraagt de annulering aan van lopende of wachtende inspectieverzoeken. Ze legt voor elk betrokken verzoek een stopgebeurtenis vast; de backend handelt daarop, dus een afbreking is een verzoek om te stoppen en geen onmiddellijke beëindiging.
Gebruik van de opdracht¶
Argumenten¶
- INSPECTION_REQUEST_ID: Het ID van het af te breken inspectieverzoek. Vereist tenzij
--killallwordt opgegeven.
Opties¶
--killall: Breekt alle momenteel lopende en wachtende inspectieverzoeken af. Heeft voorrang op een verzoek-ID dat er tegelijk mee wordt opgegeven.
Voorbeeld¶
Om een specifiek verzoek af te breken:
Om alle actieve en in de wachtrij staande inspecties af te breken:
Voorbeelduitvoer¶
--killall rapporteert wat het heeft gedaan; het afbreken van één enkel verzoek levert geen uitvoer op en meldt succes via de afsluitcode.
Licentiebeheer¶
license check¶
De opdracht license check valideert license.toml, verifieert de handtekening ervan aan de hand van de openbare sleutel die met de installatie wordt meegeleverd, en controleert of de licentie niet is verlopen. Ze leest geen applicatieconfiguratie, dus ze werkt ook voordat config.toml is ingesteld.
Gebruik van de opdracht¶
Voorbeelduitvoer¶
Een ongeldige handtekening en een verlopen licentie worden als afzonderlijke fouten gerapporteerd, beide met afsluitcode 1.
Server- en achtergrondservices¶
serve¶
De opdracht serve start de digna REST API-server samen met de achtergrondplanner voor inspecties en de inspectiebeheerder. Bij het opstarten laat ze ook elke inspectie mislukken die de repository nog als lopend registreert, aangezien niets een eerder proces kan hebben overleefd.
De opdracht draait op de voorgrond totdat ze wordt gestopt.
Gebruik van de opdracht¶
Opties¶
--address: Netwerkadres waaraan de API-server wordt gebonden (standaard:127.0.0.1).--port: Poortnummer waarop geluisterd wordt (standaard:8000).
Voorbeeld¶
Voorbeelduitvoer¶
Windows-servicebeheer¶
Alleen beschikbaar op Windows. De opdrachten registreren de digna-backend bij de Windows- servicebeheerder en besturen hem; de service zelf voert serve op de achtergrond uit. Elke opdracht moet worden uitgevoerd vanuit een Opdrachtprompt met verhoogde rechten, en elke opdracht accepteert --name, zodat een service die onder een andere dan de standaardnaam is geregistreerd, kan worden aangesproken.
windows install¶
De opdracht windows install registreert digna als Windows-service.
Het adres en de poort die hier worden opgegeven, worden vastgelegd in de serviceregistratie en bepalen waaraan de service zich bindt — ze worden niet uit config.toml gelezen. Om ze achteraf te wijzigen, verwijdert u de service en installeert u deze opnieuw.
Gebruik van de opdracht¶
Opties¶
--name: Naam waaronder de service wordt geregistreerd (standaard:digna).--display-name: Naam die in services.msc wordt getoond (standaard:digna).--description: Beschrijving die in services.msc wordt getoond (standaard:digna data quality backend).--address: Adres waaraan de service zijn API bindt (standaard:127.0.0.1).--port: Poort waaraan de service zijn API bindt (standaard:8000).--working-dir: Map metconfig.tomlenlicense.toml, die de service als werkmap gebruikt (standaard: de map van hetdigna-uitvoerbare bestand).--start-type: Wanneer de service start —automet Windows,manualalleen op verzoek,disabledgeregistreerd maar weigert te starten (standaard:auto).--account: Account waaronder de service draait, bijv.DOMAIN\userof.\user(standaard:LocalSystem).--password: Wachtwoord van--account.
Voorbeeld¶
Registreren onder een tweede naam, draaiend onder een domeinaccount:
digna windows install --name digna-test --display-name "digna (test)" --account DOMAIN\svc_digna --password <password>
windows start¶
De opdracht windows start start een geregistreerde service.
Gebruik van de opdracht¶
Opties¶
--name: Naam waaronder de service is geregistreerd (standaard:digna).
windows stop¶
De opdracht windows stop stopt een draaiende service. Stop de service voordat u een applicatiebestand vervangt.
Gebruik van de opdracht¶
Opties¶
--name: Naam waaronder de service is geregistreerd (standaard:digna).
windows uninstall¶
De opdracht windows uninstall deregistreert de service. Stop deze eerst.
Gebruik van de opdracht¶
Opties¶
--name: Naam waaronder de service is geregistreerd (standaard:digna).